Monthly Archives: March 2012

Informatie keuren valbeveiligingsmiddelen

Fabrikant van valbeveiligingsmiddelen Petzl heeft op de de internetsite uitgebreide informatie vermeld over het zelf keuren van valbeveiligingsmiddelen. 

Op deze site vindt u onder andere films met de keuringsprocedures, diverse checklijsten en vele foto’s met goed- en afkeuringspunten. Dit maakt het keuren een stuk makkelijker.

Ook staat op de site van Petzl een gratis te downloaden softwareprogramma voor het beheren van de keuringen aan valbeveiligingsmiddelen.

Om de Petzl site te bezoeken klik HIER.

Om de verantwoordelijkheid voor het keuren en het deskundigheidsniveau van de keurmeester  op peil te krijgen hebben wij een keurmeester cursus opgezet welke u kunt bereiken door HIER te klikken. Bij vragen kunt u ons uiteraard telefonische benaderen op 088-2450000 of onder info@ingeniumbedrijfsadvies.nl.

Advertisements

Leave a comment

Filed under Valbeveiliging

Weerstand beschermingsleiding test 25 Ampere

In het volgende filmpje is de meting van de weerstand van de beschermingsleiding te zien. het gevolg van de 25A is duidelijk zichtbaar. Hiermee wordt tevens het nut bewezen van een hoge teststroom. Voor beschadigde kabels vormt het dan tevens een destructieve test.

Bron: Portable Appliance Safety Services Ltd

Voor een NEN 3140 keurmeester cursus klik HIER.

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

Maatregelen na bosmaaier ongeval

De Inspectie SZW verbiedt met onmiddellijke ingang het gebruik van niet door de fabrikant goedgekeurde uitrustingstukken voor bosmaaiers. Dit gebeurt in opdracht van de Europese Commissie. Aanleiding is een ongeluk in Groot Brittannië, waarbij een werknemer werd gedood doordat hij een losgeschoten uitrustingsstuk in zijn hoofd kreeg. Dat uitrustingsstuk bestond uit een of meer kettinkjes.

Draagbare handbosmaaiers hebben verschillende standaarduitrustingsstukken. In de handleiding moet staan welke uitrustingsstukken zijn toegestaan. Bedrijven, en ook particulieren, gebruiken steeds vaker niet-standaarduitrustingsstukken. De beveiliging van bosmaaiers is daarvoor onvoldoende, waardoor onderdelen kunnen losschieten.

De Europese Commissie verbiedt alle niet-standaardhulpstukken, zoals uitrustingsstukken met kettinkjes, losse mesjes en schakels van kettingzagen. Het verbod geldt voor het op de Europese markt brengen van dergelijke niet standaard uitrustingsstukken en heeft betrekking op zowel bedrijven als particulieren.

Persbericht SZW, 5 maart 2012

Leave a comment

Filed under Landbouw tuin en parkmachines

Wetgeving up to date?

Heeft u een keurmeester cursus gevolgd en wilt u uw wetgevingskennis up to date houden?  Dan is de wetgeving site van de Nederlandse overheid dé site voor u. Deze site is te allen tijde actueel. 

Via http://wetten.overheid.nl/ vindt u te allen tijde de meest recente wetgeving, waaronder:

  • Arbeidsomstandighedenwet (verplichtingen werkgevers en werknemers)
  • Arbeidsomstandighedenbesluit (Hoofdstuk 7 arbeidsmiddelen)
  • Wegenverkeerswet (regeling voertuigen voor keurmeesters landbouwmachines).

Tip: wilt u weten wat de regels waren op 18 april 1994? Tik deze datum in naast de door u gezochte wet en u weet het…

Heeft u vragen over de interpretatie van wetgeving voor keurmeesters? Bel ons via 088-2450000 of mail ons: info@ingeniumbedrijfsadvies.nl

Leave a comment

Filed under Algemeen

De wet van Ohm

De wet van Ohm is een empirische natuurkundige wet, genoemd naar de Duitse natuurkundige Georg Ohm, die een relatie legt tussen spanning, weerstand en stroomsterkte. De wet van Ohm luidt als volgt:

De stroomsterkte door een geleider is recht evenredig met het potentiaalverschil tussen de uiteinden.

Het quotiënt van spanning en stroomsterkte is dus een constante. Deze constante wordt de weerstand van de geleider genoemd. In symbolische notatie:

U = I x R

waarin U de spanning of het potentiaalverschil, I de stroomsterkte en R de weerstand is. Wordt U uitgedrukt in V (volt) en I in A (ampère), dan is R in Ω (ohm) uitgedrukt. De wet van Ohm definieert in feite de materiaaleigenschap elektrisch geleidingsvermogen. De wet geldt voor vele materialen die geleiders worden genoemd. Als zodanig is de wet van Ohm ook anders te formuleren:

J = σ x E

met J de elektrische stroomdichtheid in A/m2 (ampère per vierkante meter), σ het elektrisch geleidingsvermogen in Ω−1m−1 (siemens per meter) en E de elektrische veldsterkte in V/m (volt per meter) Als de spanning niet constant is gaat de zelfinductie van de geleider een rol spelen, zie ook impedantie.

Bewegende geleider
In een met snelheid v bewegende geleider bepaalt niet alleen E maar ook het magnetische veld B de stroomdichtheid

J = σ (E + v x B)

De v x B term is de geïnduceerde stroom tgv. de Lorentzkracht op de ladingsdragers. In het met de geleider meebewegende coördinatenstelsel is v = 0 dus J = σE. Hoe kan dat? Omdat E en B velden niet absoluut maar relatief zijn, dwz. afhankelijk van het coördinatenstelsel. Uit de Lorentztransformatie volgt dat in het met de geleider meebewegende coördinatenstelsel het elektrische veld niet E maar E ‘ = E + vxB is.

Ohms en niet-ohms
Niet alle geleiders voldoen aan de wet van Ohm. Bij een diode of transistor, maar ook bij een gasontlading (bij hoge spanning) is de stroomsterkte van andere factoren afhankelijk. Dergelijke niet-ohmse geleiders hebben wel een weerstand (R = U/I) maar die is afhankelijk van de spanning.

De weerstand van een geleider is afhankelijk van de temperatuur, in de meeste materialen neemt de weerstand toe (het elektrisch geleidingsvermogen neemt af) bij toenemende temperatuur. Omdat een elektrische stroom warmte opwekt is een dunne geleider (b.v. een gloeidraad) niet ohms tenzij de temperatuur voldoende constant wordt gehouden (dat is het geval bij een keramische weerstand).

Isolatoren en halfgeleiders vertonen op zich ohms gedrag maar de contacten met deze materialen doen dat niet altijd. Zo is het contactvlak tussen een p-type en een n-type halfgeleider niet ohms, maar heeft het gelijkrichtende eigenschappen. Het laat stroom maar in één richting door.

In het geval van supergeleiders is er althans voor stromen van beperkte grootte geen weerstand. Hier is dus de weerstand nul.

Oorzaken
Ohms gedrag ontstaat in feite door wrijving, dat wil zeggen door botsingen van de ladingsdragers met ofwel andere ladingsdragers, ofwel fononen (roostertrillingen) ofwel onzuiverheden in het geleidend materiaal. Het elektrische veld dat de stroom op gang brengt, oefent een kracht uit die de ladingsdragers versnelt. Deze versnelling wordt echter in toenemende mate tegengewerkt door de wrijving, net zolang tot er een evenwicht ontstaat. Het resultaat is een constante stroom.

Bij metalen is er een overvloed aan ladingdragers, de Fermi-zee. Bij toenemende temperatuur neemt het aantal fononen toe en daarmee ook de weerstand.

Bij halfgeleiders neemt juist de geleiding toe bij hogere temperatuur. In deze materialen zijn er relatief weinig ladingsdragers, maar bij hogere temperaturen komen er meer bij. Dit komt doordat de thermische energie het mogelijk maakt elektronen vanuit de volle valentieband naar de lege geleidingsband te promoveren. Dit effect overschaduwt het fononeffect. Vaak geldt hetzelfde voor de aanwezigheid van licht. Ook dat kan tot promotie leiden en daarmee tot een verlaging van de weerstand omdat er meer ladingsdragers bij komen.

Leave a comment

Filed under Algemeen

Haakse slijpers belicht

De haakse slijpmachine is een veel toegepast gereedschap voor bijvoorbeeld het doorslijpen en afbramen. Naast de handigheid van de machine levert het ook vele gevaren op. Gevaren zoals het in aanraking komen met de slijpschijf, het uit elkaar springen van de schijf, het getroffen worden door spanen. Ook het geluids- en trillingsrisico zijn niet te onderschatten.

Wetgeving en normering
Vanaf 1 januari 1995 is een CE markering verplicht op elektrische handgereedschappen.

De slijpschijf
Slijpschijven van haakse slijpers bestaan uit een slijpmiddel en een ­middel wat het slijpmiddel bij elkaar houdt. Hiervoor wordt vaak bakkeliet gebruikt. Er zijn doorslijpschijven en afbraamschijven. Met afbraamschijven mag alleen aan de kopse kant van de schijf worden geslepen. Doorslijpschijven mogen niet als afbraamschijf worden gebruikt. De dikte van de afbraamschijf is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden:

  • 3 tot 3,4 mm voor licht afbraamwerk;
  • 4 tot 4,5 mm voor uitslijpen van lasnaden en licht afbraamwerk;
  • 4,5 mm of meer voor alle soorten afbraamwerk.

Doorslijpschijven zijn gemiddeld 3 tot 3,4 mm. Slijpschijven mogen maximaal een diameter hebben van 230 mm en een maximale omtrek- snelheid van 80 m/s. Wettelijk gezien is de fabrikant verplicht op de schijf de volgende gegevens aan te brengen:

  • fabrikaat;
  • maximaal toerental;
  • afmeting van de schijf;
  • hardheid en structuur;
  • de vervaldatum, waarna de slijpschijf niet meer gebruikt mag worden.

De maximaal toegestane omtreksnelheid wordt ook met een gekleurde streep over de middellijn van de schijf aangegeven:

  • groen : 100 m/s (niet toegestaan voor handslijpen);
  • rood : 80 m/s;
  • geel : 60 m/s;
  • blauw : 40 m/s.

Er wordt ook wel gewerkt met schijven die zijn voorzien van staalborstels. Hierbij kunnen stalen draden loskomen en rondvliegen.

De slijpmachine
De slijpschijf dient over een beschermkap te beschikken. De schijf dient ten minste voor 180° te worden afge­schermd door een beschermkap.

 Een slijpmachine moet wettelijk gezien de volgende opschriften hebben:

  • fabrikaat; serienummer;
  • maximale schijfdiameter;
  • toerental;
  • jaar van fabricage.

Een slijpmachine dient dubbel geïsoleerd te zijn uitgevoerd, dus voorzien van een 2-aderige kabel (fase en nul

Vastzetknop
De meeste elektrische handgereedschappen mogen zijn voorzien van een vastzetknop. Dit is alleen toegestaan als deze eenvoudig en snel is uit te schakelen.

Dit gaat wel in tegen het Warenwetbesluit machines. Deze gaat er van uit dat wanneer een handgreep is losgelaten, er geen gevaar mag bestaan. Het bedienen dient namelijk een bewuste en bedoelde handeling te zijn (artikel 7.15 arbobesluit). Er zijn veilig varianten in de omloop zonder vastzetknop.

Keuringseisen aan haakse slijpers
Een slijpmachine dient ten minste eenmaal per jaar door een deskundige te worden gekeurd op goede werking, compleet zijn en eventuele beschadigingen. Onder meer moet worden gekeken naar:

  • Opschriften (fabrikaat, serienummer, bouwjaar, CE-markering);
  • Behuizing onbeschadigd;
  • Geen inwendige vervuiling en vocht;
  • Dubbel geïsoleerd machinehuis;
  • Voldoende isolatieweerstand in Ohm (> 2 Mohm);
  • Twee-aderige voedingskabel;
  • Steker en voedingskabel onbeschadigd;
  • Trekontlastinrichting aanwezig;
  • Sticker gehoorbescherming aanwezig;
  • Beschermkap in goede staat en bij voorkeur de handgreep aanwezig.

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

NEN 3140 keuringen aan arbeidsmiddelen beschouwd

De metingen NEN 3140 metingen voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen
In dit deel worden de metingen voor het NEN 3140 keuren van arbeidsmiddelen afzonderlijk uitgelegd. Voordat de elektrische metingen worden uitgevoerd moet eerst een visuele controle van het testobject plaatsvinden. Voor een uitgebreide cursus voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen vewrijzen wij naar de website van Ingenium Bedrijfsadvies. Klik hier voor de link naar de cursus.

Proeven zonder netspanning
Bij een aantal metingen wordt het te keuren arbeidsmiddel niet aangesloten op de netspanning.

Weerstand beschermingsleiding (Rpe of Rsl)
Met deze metig wordt gemeten of de verbinding tussen de aardpen in de netstekker van het te keuren arbeidsmiddel en de aanraakbare uitwendige geleidende delen van de behuizing van het arbeidsmiddel voldoen en de weerstand voldoende laag is. Er wordt een hoge teststroom tussen de aardpen van de netstekker en de aansluitklem voor de beschermingsleidingtest geleid.

Met een teststroom van minimaal 200 mA wordt de verbinding gecontroleerd of de weerstandswaarde voldoende laag is. Ook kan een teststroom van 10A of 25A worden geselecteerd. Dit is afhankelijk van de specificaties van het meetapparaat. De test moet van beperkte duur zijn om beschadiging door over­verhitting te voorkomen.

Isolatieweerstand
WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze test wordt een testspanning toegepast van 500 V / 250 V!

Met deze meting wordt bepaald of er voldoende isolatie tussen de pennen voor de netvoeding en de aarde (uitwendige geleidende delen) is. Tijdens de isolatieweerstandsmeting wordt er een gelijkstroom­spanning van 500 V tussen de aardpen en zowel de fase- als de aardepennen van de netstekker van het apparaat geleid. Het testapparaat geeft de gemeten weerstand aan en stelt de gebruiker in staat te beoordelen of de isolatie voldoende is. Bij apparatuur van klasse 2 dient het meetsnoer te worden gebruikt als referentie. Let op dat u het arbeidsmiddel tijdens de meting inschakelt.

Bij gevoelige apparatuur en apparatuur met overspanningsbeveiliging wordt met een testspanning van 250 VDC geadviseerd. Lees voor de instelling hiervan de handleiding van de betreffende NEN 3140 tester.

Vervangende lekstroomtest
Bij de vervangende lekstroom meting wordt een effectieve nominale spanning van ongeveer 40 VAC naar het apparaat geleid tussen de aardpen en zowel de fasepennen als de nulpennen van de netstekker. Bij apparatuur van klasse 2 dient het testsnoer te worden gebruikt.

Het testapparaat meet de stroom en berekend met het resultaat de lekstroom die zich zou voordoen als de testspanning de nominale netspanning was geweest.  Let op dat u het arbeidsmiddel tijdens de meting inschakelt.

N.B.: de waarden bij de vervangende lekstroomtest kunnen aanzienlijk van die bij gebruikelijke aardlekproeven verschillen. Dit is het gevolg van de manier waarop de tests wordt uitgevoerd (deze zullen bijvoorbeeld worden beïnvloed door de aanwezig­heid van ontstoringscondensatoren).

Deze meting kan nuttig blijken in situaties waarin de gebruikelijke isolatie- of hoogspan­ningstests geen aanvaardbare methoden zijn om de isolatie van een apparaat te testen.

IEC-kabel test /Doorgangstest
WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze test wordt een testspanning toegepast van 40 V op de kabel!

Deze meting is eigenlijk een functionele controle van een haspel of verlengsnoer en controleert de elektrische veiligheid van IEC-kabels voor 230 V. Bij de IEC-test wordt een doorgangscontrole op de fase- en nulgeleiders uitgevoerd. Hiermee wordt vastgesteld of er geen breuken in deze geleiders zijn.

Metingen met netspanning
De volgende metingen met netspanning verschillen van de vorige tests in de zin dat er netspanning op het apparaat wordt gezet voor het uitvoeren van hun functies. Voor de NEn 3140 keurmeester zijn deze metingen als risicovol te beschouwen.

WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze proeven wordt er netspanning op het apparaat gezet!

WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Controleer of een apparaat met bewegende onderdelen (bijv. een elektrische boor) veilig is gemonteerd zodat beweging mogelijk is zonder dat beschadiging van apparatuur of letsel bij personen het gevolg is!

Het testapparaat voert eerst een meting met laagspanning uit om te kunnen vaststellen of het apparaat veilig onder spanning kan worden gezet. Als de door de meter vermoede stroom te hoog is, verschijnt er een melding om de gebruiker de keuze te bieden door te gaan of te stoppen.

Lekstroom meting
De reele lekstroommeting geeft de lekstroom aan als het verschil tussen de stromen in de fase- en nulgeleiders. Dit verschil is de totale bij het apparaat weggelekte stroom en is door­gaans gelijk aan de stroomloop door de beschermingsleiding van het apparaat. Het resultaat wordt in milliampères (mA) weergegeven.

Met deze verschilstroom methode kan de lekstroom worden vastgesteld en kan de volledige lekstroom van een testobject ter plaatse worden aangegeven. Als het test-object dus een extra aardpunt (bijvoorbeeld een waterleiding) heeft, zal het test-apparaat de volledige en werkelijke lekstroom van het apparaat laten zien. Dit staat ook onder de naam differentiaallekstroom of verschillekstroom.

Aanraak lekstroom meting
De aanraak lekstroom meting geeft de lekstroom aan die van de behuizing naar de tester loopt via het testsnoer. Deze test is alleen correct bij een klasse II apparaat.

Gebruik deze meting als de lekstroommeting bij de standaard lekstroomtest een te hoge waarde aangeeft. Dit kan worden veroorzaakt door netfilters of een capacitieve werking in het apparaat. Het resultaat wordt in milliampères (mA) weergegeven.

LET OP: Deze test is alleen geschikt voor klasse II apparaten.

Functionele test
De functionele test voedt het testobject dat op een 230 V teststekkerdoos is aangesloten met de nominale spanning. Het testapparaat meet het door het apparaat verbruikte vermogen en geeft de afgele­zen waarde in kVA weer. Bij de vermogensproeven is de in te stellen testduur onbeperkt. Als het apparaat van stroom wordt voorzien, wordt het steeds van stroom voorzien, zolang de opdracht niet wordt afgebroken. Hierdoor zullen apparaten met trage aan­loopsnelheden de tijd krijgen de belasting naar hun bedrijfstoestand gelijkmatig te laten toenemen.

Bron: Nieaf-Smitt

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140