Category Archives: Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

Veiligheidseisen aan metaal- en houtbewerkingsmachines belicht

De docenten van Ingenium Bedrijfsadvies krijgen tijdens keurmeester cursussen regelmatig de vraag of er een overzicht bestaat van welke veiligheidsvoorzieningen op verschillende machines aanwezig dienen te zijn. Door middel van dit artikel doen wij hiertoe een poging. Mocht u op of aanmerkingen of eventuele aanvullingen hebben dan horen wij dat uiteraard graag.

Noodstop
Wanneer is een noodstop verplicht? Op het moment dat een machine beschikt over meerdere bedieningsplaatsen en de bedieningselementen (schakelaars, handels, etc) niet binnen handbereik zijn dan dient een machine te zijn voorzien van een noodstop. Een noodstop is ook verplicht als een machine niet geheel te overzien is.

Een noodstop gaat vaak samen met een geremde motor. Voor nieuwe machines is dit sinds de invoering van de machinerichtlijn (1995) verplicht. Bij oudere machines is dit vaak lastig te realiseren. Vaak moet de motor vervangen worden, dit komt de stabiliteit van de machine vaak niet ten goede. Voor machines van voor 1995 wordt het daarom aangeraden een geremde motor toe te passen, het is niet verplicht (Machinerichtlijn en Artikel 7.16 Arbobesluit).

Beveiliging bij stroomuitval
Als de netspanning in een werkplaats of op een bouwplaats uitvalt dan mogen machines niet in werking komen als de netspanning weer inkomt. Hiervoor is de volgende beveiliging noodzakelijk: machines zonder vasthoudbediening (dodemansknop) moeten voorzien zijn van een nulspanningsbeveiliging (artikel 7.14 Arbobesluit).

Afscherming van draaiende delen
Artikel 7.7. van het Arbobesluit eist dat draaiende en bewegende delen moeten worden afgeschermd. Beschermkappen mogen op een eenvoudige wijze verwijderd of buiten werking kunnen worden gesteld. Wanneer deze wel voor het normale gebruik geopend moeten worden (b.v. een kap van een kolomboormachine waaronder de v-snaar aandrijving zit) dan moeten ze van onderbrekingsschakelaars zijn voorzien. Ook zijn er maatregelen nodig voor de bescherming van omstanders, bijvoorbeeld door het werkgebied af te schermen met vast gemonteerde hekwerken.

Veelgebruikte machines
Hierna volgt een opsomming van veiligheidseisen aan veel voorkomende machines.

Metaalafkortzaag (radiaal)

  • Zelfsluitende bij bediening naar achteren wegdraaiende beschermkap;
  • Automatische ruststand (terugvering);
  • Vasthoudbediening (dodemansfunctie);
  • Deugdelijke kleminrichting (vastzetten werkstuk);
  • Maximale diepte vergrendeld;
  • De snijolie dient regelmatig ververst te worden i.v.m. bacteriële verontreinigingen.

Beugelzaag

  • Automatische afslag motor bij bereiken maximale diepte;
  • Verankerd aan de vloer;
  • Deugdelijke kleminrichting (vastzetten werkstuk);
  • De snijolie dient regelmatig ververst te worden i.v.m. bacteriële verontreinigingen.

Lintzaag

  • Deugdelijke zaaggeleiding;
  • Automatische afslag motor bij bereiken maximale diepte;
  • De snijolie dient regelmatig ververst te worden i.v.m. bacteriële verontreinigingen.

Draaibank

  • Goed leesbare machine-instellingen (toerental, bedieningsschakelaard, etc.);
  • Afscherming tegen wegschietende spanen, door een doorzichtige kap boven de klauwplaat of met een doorzichtig scherm op het beitelsupport;
  • Eindstops op de slede;
  • Klauwplaat met bij voorkeur geveerde sleutelgaten;
  • Verankerd aan de vloer;
  • Spaanhaak (zonder handvat);
  • Noodstop.

Frees /schaafbank

  • Bedieningsschakelaars goed bereikbaar;
  • Noodstop;
  • Verankerd aan de vloer;
  • Looppaden rond de machines afschermen.

Bandschuurmachine

  • Doorzichtige afscherming boven de schuurband;
  • Support juist ingesteld;
  • Stabiel opgesteld, bij voorkeur verankerd;
  • Afzuiging slijpstof.

Slijpmachine

  • Doorzichtige afscherming boven de slijpstenen;
  • Verankerd opgesteld;
  • Toerental en diameter van de slijpsteen afgestemd op de machine;
  • Zijkant slijpstenen afgeschermd;
  • Leunspaan juist ingesteld (maximal 3 mm van slijpschijf);
  • Let op niet standaard aangebrachte staalborstels, dit is niet toegestaan omdat dan vaak de afschermkap wordt verwijderd;
  • Slijpstenen niet axiaal belasten.

Kolomboormachine

  • Bedieningsknoppen goed bereikbaar;
  • V-snaarkap afsluitbaar en uitgevoerd met een onderbrekingsschakelaar;
  • Doorzichtige afscherming voorzijde boor;
  • Gebruik geborgde machineklem;
  • Verankerd opgesteld;
  • Boorspindel komt automatisch terug in ruststand.

Pons-/knipmachine

  • Repeteerbeveiliging;
  • Vaste afscherming pons- en knipmechanisme;
  • Voldoende grote werktafel;
  • Noodstop op iedere werkplek;
  • Keuzeschakelaar werkplek;
  • Voetbediening;
  • Verankerd aan de vloer;
  • Machine opgesteld op dempers.

Guillotineschaar

  • Vaste afscherming schaarmechanisme;
  • Repeteerbeveiliging;
  • Verankerd aan de vloer;
  • Machine opgesteld op dempers.

Zetbank/kantbank

  • Knelbeveiliging door tweehandenbediening of enkelwerkende cilinder met vasthoudbediening;
  • Machine aan achterzijde afgeschermd;
  • Zijkanten zetmechanisme afgeschermd.

Persen

  • Drukmeter/manometer;
  • Overdrukbeveiliging;
  • Borging werkstuk;
  • Goede staat slangen/leidingen/koppelingen;
  • Verankerd aan de vloer.

Heftafels

  • Knelbeveiliging van hefmechanisme;
  • Vasthoudbediening (dodemansknop);
  • Maximale werklast dient aangegeven te zijn.

Hout Afkortzaag

  • Vaste beschermkap aan de bovenzijde van het zaagblad tot aan de onderzijde van de klemschijven;
  • Afscherming van de zaag achter de geleider. Dit is mogelijk door de beschermkap uit te breiden met een inschuifbare beveiliging of door een zo hoog mogelijke aanslag met zijafscherming op het werkblad achter de geleider;
  • Automatische terugloop van de zaag naar de rustpositie achter de geleider;
  • Breedte van het werkblad zodanig dat de zaag niet voor het werkblad komt.

Cirkelzaagmachine

  • Zaagblad moet onder het werkblad geheel zijn afgeschermd;
  • Zaagblad moet boven het werkblad geheel worden afgeschermd door een verstelbare kap, die aan­gedrukt moet worden op het hout;
  • Deze kap moet zijn aangesloten op de afzuiginstallatie;
  • Het hout moet zodra het is doorgezaagd kunnen wijken, door een verstelbare geleider of hulpgeleider;
  • Een passend (bij de diameter en zaagsnede van het zaagblad) spouwmes moet zijn gemonteerd;
  • Een duwhoutje en/of duwstok moet bij de machine aanwezig zijn;
  • Het zaagblad altijd zo hoog mogelijk instellen, om terugslag van het hout te voorkomen (behalve bij plaatmateriaal, in verband met versplinteren).

Vlakbank

  • Beitelas afschermen met parallelgeleiding of een andere zelfsluitende beveiliging;
  • Afscherming beitelas ook aan de achterzijde van de geleider;
  • Sponningen slaan is alleen toegestaan met een machine die hiervoor (met een extra beveiliging) is uitgerust.

Vandiktebank

  • Voorzien van terugslagpallen, geribde aanvoerwals, gladde afvoerwals en drukbalken;
  • Deksel boven de beitelas.

Freesmachine

  • Afscherming van het snijgereedschap bij alle bewerkingen en dikten van het hout, bijvoorbeeld met de Nederlandse of Suva-beveiliging. Een aanvoerapparaat is geen echte beveiliging, maar wordt als zodanig wel gebruikt/geaccepteerd;
  • Bij een frees met twee draairichtingen moet het snijgereedschap geborgd zijn tegen aflopen (zie ook geremde motoren);
  • De geleiding moet het snijgereedschap zoveel mogelijk afschermen;
  • Indien op de machine ook pennen worden geslagen behoren een automatisch sluitende afschermkap en een elleboogbeschermer aan de pennenslee tot de accessoires;
  • Een duidelijke instructie over toerentallen en draairichting.

Pennenbank

  • Snijgereedschap moet zijn afgeschermd (ook voor passanten) door een volledige kap met gordijnen, of gelijkwaardig;
  • Het niet werkzame deel van het snijgereedschap moet zijn voorzien van een vaste afscherming die tevens als afzuigmond fungeert;
  • Een voorziening die voorkomt dat beitelassen met elkaar in aanraking komen.

Heeft u interesse in de praktische cursussen keurmeester elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140 of keurmeester elektrische arbeidsmiddelen voor gevorderden, klik dan op de links of neem contact met ons op via 088-2450000 of via info@ingeniumbedrijfsadvies.nl.

Bronvermelding:

  • Arbobesluit hoofdstuk 7
  • Machinerichtlijn 2006/42/EG
  • Abomafoon 7.9 en 7.10
Advertisements

Leave a comment

Filed under Algemeen, Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

ZZP-er is verantwoordelijk voor gekeurd materieel

Op 26 september 2012 heeft de Stichting ZZP Nederland het volgende nieuwsbericht geplaatst:

ZZP Nederland:

Ook voor zzp’ers is het op heel veel kleine bouwlocaties in de binnenstad vaak onveilig werken. Op maar liefst 84% van deze locaties wordt onveilig gewerkt met steigers, ladder en  trappen. Dit jaar heeft de Inspectie 71 boetes opgelegd (bij controle op 650 bouwlocaties), waarvan drie aan werknemers die onveilig werkten terwijl de werkgever wel had gezorgd voor een veilige werkplek.

Dodelijke afloop
Jaarlijks gebeuren er bij onderhoud aan gebouwen zo’n 10 tot 15 ongevallen met dodelijke afloop, meestal door een val van een ladder of steiger. Op de locaties waar zaken mis waren, ging het in ruim de helft van de gevallen om onveilig gebruik van rolsteigers, omdat ze niet volgens de reglementen worden gebruikt.

Door de beperkte ruimte van kleine bouwlocaties in de binnenstad is het vaak moeilijk om het juiste materiaal op zijn plaats te krijgen en op te stellen. Ook ligt er vaker materiaal in de weg, waardoor ongelukken eerder gebeuren.

Ook ZZP’ers verplicht
Ook laten bedrijven hun ladders en trappen vaak niet jaarlijks laten keuren. Veel zzp’ers realiseren zich niet dat deze verplichting op bouwlocaties ook voor hen geldt. Stichting ZZP Nederland gaat zijn achterban hierover informeren.

Bij de bedrijven die tijdens deze controleronde een boete hebben gekregen, gaat de Inspectie SZW in 2013 opnieuw controleren

Cursus keuren ladders, trappen en rolsteigers en elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

Voor praktische keurmeester cursussen kunt u uiteraard terecht bij Ingenium BV. Klik op de link voor de cursusinformatie, cursuslocaties en cursusinformatie:

Uiteraard kunt u natuurlijk ook gewoon contact met ons opnemen via 088-2450000 en info@ingeniumbedrijfsadvies.nl.

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140, Ladders trappen en rolsteigers

Weerstand beschermingsleiding test 25 Ampere

In het volgende filmpje is de meting van de weerstand van de beschermingsleiding te zien. het gevolg van de 25A is duidelijk zichtbaar. Hiermee wordt tevens het nut bewezen van een hoge teststroom. Voor beschadigde kabels vormt het dan tevens een destructieve test.

Bron: Portable Appliance Safety Services Ltd

Voor een NEN 3140 keurmeester cursus klik HIER.

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

Haakse slijpers belicht

De haakse slijpmachine is een veel toegepast gereedschap voor bijvoorbeeld het doorslijpen en afbramen. Naast de handigheid van de machine levert het ook vele gevaren op. Gevaren zoals het in aanraking komen met de slijpschijf, het uit elkaar springen van de schijf, het getroffen worden door spanen. Ook het geluids- en trillingsrisico zijn niet te onderschatten.

Wetgeving en normering
Vanaf 1 januari 1995 is een CE markering verplicht op elektrische handgereedschappen.

De slijpschijf
Slijpschijven van haakse slijpers bestaan uit een slijpmiddel en een ­middel wat het slijpmiddel bij elkaar houdt. Hiervoor wordt vaak bakkeliet gebruikt. Er zijn doorslijpschijven en afbraamschijven. Met afbraamschijven mag alleen aan de kopse kant van de schijf worden geslepen. Doorslijpschijven mogen niet als afbraamschijf worden gebruikt. De dikte van de afbraamschijf is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden:

  • 3 tot 3,4 mm voor licht afbraamwerk;
  • 4 tot 4,5 mm voor uitslijpen van lasnaden en licht afbraamwerk;
  • 4,5 mm of meer voor alle soorten afbraamwerk.

Doorslijpschijven zijn gemiddeld 3 tot 3,4 mm. Slijpschijven mogen maximaal een diameter hebben van 230 mm en een maximale omtrek- snelheid van 80 m/s. Wettelijk gezien is de fabrikant verplicht op de schijf de volgende gegevens aan te brengen:

  • fabrikaat;
  • maximaal toerental;
  • afmeting van de schijf;
  • hardheid en structuur;
  • de vervaldatum, waarna de slijpschijf niet meer gebruikt mag worden.

De maximaal toegestane omtreksnelheid wordt ook met een gekleurde streep over de middellijn van de schijf aangegeven:

  • groen : 100 m/s (niet toegestaan voor handslijpen);
  • rood : 80 m/s;
  • geel : 60 m/s;
  • blauw : 40 m/s.

Er wordt ook wel gewerkt met schijven die zijn voorzien van staalborstels. Hierbij kunnen stalen draden loskomen en rondvliegen.

De slijpmachine
De slijpschijf dient over een beschermkap te beschikken. De schijf dient ten minste voor 180° te worden afge­schermd door een beschermkap.

 Een slijpmachine moet wettelijk gezien de volgende opschriften hebben:

  • fabrikaat; serienummer;
  • maximale schijfdiameter;
  • toerental;
  • jaar van fabricage.

Een slijpmachine dient dubbel geïsoleerd te zijn uitgevoerd, dus voorzien van een 2-aderige kabel (fase en nul

Vastzetknop
De meeste elektrische handgereedschappen mogen zijn voorzien van een vastzetknop. Dit is alleen toegestaan als deze eenvoudig en snel is uit te schakelen.

Dit gaat wel in tegen het Warenwetbesluit machines. Deze gaat er van uit dat wanneer een handgreep is losgelaten, er geen gevaar mag bestaan. Het bedienen dient namelijk een bewuste en bedoelde handeling te zijn (artikel 7.15 arbobesluit). Er zijn veilig varianten in de omloop zonder vastzetknop.

Keuringseisen aan haakse slijpers
Een slijpmachine dient ten minste eenmaal per jaar door een deskundige te worden gekeurd op goede werking, compleet zijn en eventuele beschadigingen. Onder meer moet worden gekeken naar:

  • Opschriften (fabrikaat, serienummer, bouwjaar, CE-markering);
  • Behuizing onbeschadigd;
  • Geen inwendige vervuiling en vocht;
  • Dubbel geïsoleerd machinehuis;
  • Voldoende isolatieweerstand in Ohm (> 2 Mohm);
  • Twee-aderige voedingskabel;
  • Steker en voedingskabel onbeschadigd;
  • Trekontlastinrichting aanwezig;
  • Sticker gehoorbescherming aanwezig;
  • Beschermkap in goede staat en bij voorkeur de handgreep aanwezig.

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

NEN 3140 keuringen aan arbeidsmiddelen beschouwd

De metingen NEN 3140 metingen voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen
In dit deel worden de metingen voor het NEN 3140 keuren van arbeidsmiddelen afzonderlijk uitgelegd. Voordat de elektrische metingen worden uitgevoerd moet eerst een visuele controle van het testobject plaatsvinden. Voor een uitgebreide cursus voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen vewrijzen wij naar de website van Ingenium Bedrijfsadvies. Klik hier voor de link naar de cursus.

Proeven zonder netspanning
Bij een aantal metingen wordt het te keuren arbeidsmiddel niet aangesloten op de netspanning.

Weerstand beschermingsleiding (Rpe of Rsl)
Met deze metig wordt gemeten of de verbinding tussen de aardpen in de netstekker van het te keuren arbeidsmiddel en de aanraakbare uitwendige geleidende delen van de behuizing van het arbeidsmiddel voldoen en de weerstand voldoende laag is. Er wordt een hoge teststroom tussen de aardpen van de netstekker en de aansluitklem voor de beschermingsleidingtest geleid.

Met een teststroom van minimaal 200 mA wordt de verbinding gecontroleerd of de weerstandswaarde voldoende laag is. Ook kan een teststroom van 10A of 25A worden geselecteerd. Dit is afhankelijk van de specificaties van het meetapparaat. De test moet van beperkte duur zijn om beschadiging door over­verhitting te voorkomen.

Isolatieweerstand
WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze test wordt een testspanning toegepast van 500 V / 250 V!

Met deze meting wordt bepaald of er voldoende isolatie tussen de pennen voor de netvoeding en de aarde (uitwendige geleidende delen) is. Tijdens de isolatieweerstandsmeting wordt er een gelijkstroom­spanning van 500 V tussen de aardpen en zowel de fase- als de aardepennen van de netstekker van het apparaat geleid. Het testapparaat geeft de gemeten weerstand aan en stelt de gebruiker in staat te beoordelen of de isolatie voldoende is. Bij apparatuur van klasse 2 dient het meetsnoer te worden gebruikt als referentie. Let op dat u het arbeidsmiddel tijdens de meting inschakelt.

Bij gevoelige apparatuur en apparatuur met overspanningsbeveiliging wordt met een testspanning van 250 VDC geadviseerd. Lees voor de instelling hiervan de handleiding van de betreffende NEN 3140 tester.

Vervangende lekstroomtest
Bij de vervangende lekstroom meting wordt een effectieve nominale spanning van ongeveer 40 VAC naar het apparaat geleid tussen de aardpen en zowel de fasepennen als de nulpennen van de netstekker. Bij apparatuur van klasse 2 dient het testsnoer te worden gebruikt.

Het testapparaat meet de stroom en berekend met het resultaat de lekstroom die zich zou voordoen als de testspanning de nominale netspanning was geweest.  Let op dat u het arbeidsmiddel tijdens de meting inschakelt.

N.B.: de waarden bij de vervangende lekstroomtest kunnen aanzienlijk van die bij gebruikelijke aardlekproeven verschillen. Dit is het gevolg van de manier waarop de tests wordt uitgevoerd (deze zullen bijvoorbeeld worden beïnvloed door de aanwezig­heid van ontstoringscondensatoren).

Deze meting kan nuttig blijken in situaties waarin de gebruikelijke isolatie- of hoogspan­ningstests geen aanvaardbare methoden zijn om de isolatie van een apparaat te testen.

IEC-kabel test /Doorgangstest
WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze test wordt een testspanning toegepast van 40 V op de kabel!

Deze meting is eigenlijk een functionele controle van een haspel of verlengsnoer en controleert de elektrische veiligheid van IEC-kabels voor 230 V. Bij de IEC-test wordt een doorgangscontrole op de fase- en nulgeleiders uitgevoerd. Hiermee wordt vastgesteld of er geen breuken in deze geleiders zijn.

Metingen met netspanning
De volgende metingen met netspanning verschillen van de vorige tests in de zin dat er netspanning op het apparaat wordt gezet voor het uitvoeren van hun functies. Voor de NEn 3140 keurmeester zijn deze metingen als risicovol te beschouwen.

WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze proeven wordt er netspanning op het apparaat gezet!

WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Controleer of een apparaat met bewegende onderdelen (bijv. een elektrische boor) veilig is gemonteerd zodat beweging mogelijk is zonder dat beschadiging van apparatuur of letsel bij personen het gevolg is!

Het testapparaat voert eerst een meting met laagspanning uit om te kunnen vaststellen of het apparaat veilig onder spanning kan worden gezet. Als de door de meter vermoede stroom te hoog is, verschijnt er een melding om de gebruiker de keuze te bieden door te gaan of te stoppen.

Lekstroom meting
De reele lekstroommeting geeft de lekstroom aan als het verschil tussen de stromen in de fase- en nulgeleiders. Dit verschil is de totale bij het apparaat weggelekte stroom en is door­gaans gelijk aan de stroomloop door de beschermingsleiding van het apparaat. Het resultaat wordt in milliampères (mA) weergegeven.

Met deze verschilstroom methode kan de lekstroom worden vastgesteld en kan de volledige lekstroom van een testobject ter plaatse worden aangegeven. Als het test-object dus een extra aardpunt (bijvoorbeeld een waterleiding) heeft, zal het test-apparaat de volledige en werkelijke lekstroom van het apparaat laten zien. Dit staat ook onder de naam differentiaallekstroom of verschillekstroom.

Aanraak lekstroom meting
De aanraak lekstroom meting geeft de lekstroom aan die van de behuizing naar de tester loopt via het testsnoer. Deze test is alleen correct bij een klasse II apparaat.

Gebruik deze meting als de lekstroommeting bij de standaard lekstroomtest een te hoge waarde aangeeft. Dit kan worden veroorzaakt door netfilters of een capacitieve werking in het apparaat. Het resultaat wordt in milliampères (mA) weergegeven.

LET OP: Deze test is alleen geschikt voor klasse II apparaten.

Functionele test
De functionele test voedt het testobject dat op een 230 V teststekkerdoos is aangesloten met de nominale spanning. Het testapparaat meet het door het apparaat verbruikte vermogen en geeft de afgele­zen waarde in kVA weer. Bij de vermogensproeven is de in te stellen testduur onbeperkt. Als het apparaat van stroom wordt voorzien, wordt het steeds van stroom voorzien, zolang de opdracht niet wordt afgebroken. Hierdoor zullen apparaten met trage aan­loopsnelheden de tijd krijgen de belasting naar hun bedrijfstoestand gelijkmatig te laten toenemen.

Bron: Nieaf-Smitt

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140