Wetgeving up to date?

Heeft u een keurmeester cursus gevolgd en wilt u uw wetgevingskennis up to date houden?  Dan is de wetgeving site van de Nederlandse overheid dé site voor u. Deze site is te allen tijde actueel. 

Via http://wetten.overheid.nl/ vindt u te allen tijde de meest recente wetgeving, waaronder:

  • Arbeidsomstandighedenwet (verplichtingen werkgevers en werknemers)
  • Arbeidsomstandighedenbesluit (Hoofdstuk 7 arbeidsmiddelen)
  • Wegenverkeerswet (regeling voertuigen voor keurmeesters landbouwmachines).

Tip: wilt u weten wat de regels waren op 18 april 1994? Tik deze datum in naast de door u gezochte wet en u weet het…

Heeft u vragen over de interpretatie van wetgeving voor keurmeesters? Bel ons via 088-2450000 of mail ons: info@ingeniumbedrijfsadvies.nl

Advertisements

Leave a comment

Filed under Algemeen

De wet van Ohm

De wet van Ohm is een empirische natuurkundige wet, genoemd naar de Duitse natuurkundige Georg Ohm, die een relatie legt tussen spanning, weerstand en stroomsterkte. De wet van Ohm luidt als volgt:

De stroomsterkte door een geleider is recht evenredig met het potentiaalverschil tussen de uiteinden.

Het quotiënt van spanning en stroomsterkte is dus een constante. Deze constante wordt de weerstand van de geleider genoemd. In symbolische notatie:

U = I x R

waarin U de spanning of het potentiaalverschil, I de stroomsterkte en R de weerstand is. Wordt U uitgedrukt in V (volt) en I in A (ampère), dan is R in Ω (ohm) uitgedrukt. De wet van Ohm definieert in feite de materiaaleigenschap elektrisch geleidingsvermogen. De wet geldt voor vele materialen die geleiders worden genoemd. Als zodanig is de wet van Ohm ook anders te formuleren:

J = σ x E

met J de elektrische stroomdichtheid in A/m2 (ampère per vierkante meter), σ het elektrisch geleidingsvermogen in Ω−1m−1 (siemens per meter) en E de elektrische veldsterkte in V/m (volt per meter) Als de spanning niet constant is gaat de zelfinductie van de geleider een rol spelen, zie ook impedantie.

Bewegende geleider
In een met snelheid v bewegende geleider bepaalt niet alleen E maar ook het magnetische veld B de stroomdichtheid

J = σ (E + v x B)

De v x B term is de geïnduceerde stroom tgv. de Lorentzkracht op de ladingsdragers. In het met de geleider meebewegende coördinatenstelsel is v = 0 dus J = σE. Hoe kan dat? Omdat E en B velden niet absoluut maar relatief zijn, dwz. afhankelijk van het coördinatenstelsel. Uit de Lorentztransformatie volgt dat in het met de geleider meebewegende coördinatenstelsel het elektrische veld niet E maar E ‘ = E + vxB is.

Ohms en niet-ohms
Niet alle geleiders voldoen aan de wet van Ohm. Bij een diode of transistor, maar ook bij een gasontlading (bij hoge spanning) is de stroomsterkte van andere factoren afhankelijk. Dergelijke niet-ohmse geleiders hebben wel een weerstand (R = U/I) maar die is afhankelijk van de spanning.

De weerstand van een geleider is afhankelijk van de temperatuur, in de meeste materialen neemt de weerstand toe (het elektrisch geleidingsvermogen neemt af) bij toenemende temperatuur. Omdat een elektrische stroom warmte opwekt is een dunne geleider (b.v. een gloeidraad) niet ohms tenzij de temperatuur voldoende constant wordt gehouden (dat is het geval bij een keramische weerstand).

Isolatoren en halfgeleiders vertonen op zich ohms gedrag maar de contacten met deze materialen doen dat niet altijd. Zo is het contactvlak tussen een p-type en een n-type halfgeleider niet ohms, maar heeft het gelijkrichtende eigenschappen. Het laat stroom maar in één richting door.

In het geval van supergeleiders is er althans voor stromen van beperkte grootte geen weerstand. Hier is dus de weerstand nul.

Oorzaken
Ohms gedrag ontstaat in feite door wrijving, dat wil zeggen door botsingen van de ladingsdragers met ofwel andere ladingsdragers, ofwel fononen (roostertrillingen) ofwel onzuiverheden in het geleidend materiaal. Het elektrische veld dat de stroom op gang brengt, oefent een kracht uit die de ladingsdragers versnelt. Deze versnelling wordt echter in toenemende mate tegengewerkt door de wrijving, net zolang tot er een evenwicht ontstaat. Het resultaat is een constante stroom.

Bij metalen is er een overvloed aan ladingdragers, de Fermi-zee. Bij toenemende temperatuur neemt het aantal fononen toe en daarmee ook de weerstand.

Bij halfgeleiders neemt juist de geleiding toe bij hogere temperatuur. In deze materialen zijn er relatief weinig ladingsdragers, maar bij hogere temperaturen komen er meer bij. Dit komt doordat de thermische energie het mogelijk maakt elektronen vanuit de volle valentieband naar de lege geleidingsband te promoveren. Dit effect overschaduwt het fononeffect. Vaak geldt hetzelfde voor de aanwezigheid van licht. Ook dat kan tot promotie leiden en daarmee tot een verlaging van de weerstand omdat er meer ladingsdragers bij komen.

Leave a comment

Filed under Algemeen

Haakse slijpers belicht

De haakse slijpmachine is een veel toegepast gereedschap voor bijvoorbeeld het doorslijpen en afbramen. Naast de handigheid van de machine levert het ook vele gevaren op. Gevaren zoals het in aanraking komen met de slijpschijf, het uit elkaar springen van de schijf, het getroffen worden door spanen. Ook het geluids- en trillingsrisico zijn niet te onderschatten.

Wetgeving en normering
Vanaf 1 januari 1995 is een CE markering verplicht op elektrische handgereedschappen.

De slijpschijf
Slijpschijven van haakse slijpers bestaan uit een slijpmiddel en een ­middel wat het slijpmiddel bij elkaar houdt. Hiervoor wordt vaak bakkeliet gebruikt. Er zijn doorslijpschijven en afbraamschijven. Met afbraamschijven mag alleen aan de kopse kant van de schijf worden geslepen. Doorslijpschijven mogen niet als afbraamschijf worden gebruikt. De dikte van de afbraamschijf is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden:

  • 3 tot 3,4 mm voor licht afbraamwerk;
  • 4 tot 4,5 mm voor uitslijpen van lasnaden en licht afbraamwerk;
  • 4,5 mm of meer voor alle soorten afbraamwerk.

Doorslijpschijven zijn gemiddeld 3 tot 3,4 mm. Slijpschijven mogen maximaal een diameter hebben van 230 mm en een maximale omtrek- snelheid van 80 m/s. Wettelijk gezien is de fabrikant verplicht op de schijf de volgende gegevens aan te brengen:

  • fabrikaat;
  • maximaal toerental;
  • afmeting van de schijf;
  • hardheid en structuur;
  • de vervaldatum, waarna de slijpschijf niet meer gebruikt mag worden.

De maximaal toegestane omtreksnelheid wordt ook met een gekleurde streep over de middellijn van de schijf aangegeven:

  • groen : 100 m/s (niet toegestaan voor handslijpen);
  • rood : 80 m/s;
  • geel : 60 m/s;
  • blauw : 40 m/s.

Er wordt ook wel gewerkt met schijven die zijn voorzien van staalborstels. Hierbij kunnen stalen draden loskomen en rondvliegen.

De slijpmachine
De slijpschijf dient over een beschermkap te beschikken. De schijf dient ten minste voor 180° te worden afge­schermd door een beschermkap.

 Een slijpmachine moet wettelijk gezien de volgende opschriften hebben:

  • fabrikaat; serienummer;
  • maximale schijfdiameter;
  • toerental;
  • jaar van fabricage.

Een slijpmachine dient dubbel geïsoleerd te zijn uitgevoerd, dus voorzien van een 2-aderige kabel (fase en nul

Vastzetknop
De meeste elektrische handgereedschappen mogen zijn voorzien van een vastzetknop. Dit is alleen toegestaan als deze eenvoudig en snel is uit te schakelen.

Dit gaat wel in tegen het Warenwetbesluit machines. Deze gaat er van uit dat wanneer een handgreep is losgelaten, er geen gevaar mag bestaan. Het bedienen dient namelijk een bewuste en bedoelde handeling te zijn (artikel 7.15 arbobesluit). Er zijn veilig varianten in de omloop zonder vastzetknop.

Keuringseisen aan haakse slijpers
Een slijpmachine dient ten minste eenmaal per jaar door een deskundige te worden gekeurd op goede werking, compleet zijn en eventuele beschadigingen. Onder meer moet worden gekeken naar:

  • Opschriften (fabrikaat, serienummer, bouwjaar, CE-markering);
  • Behuizing onbeschadigd;
  • Geen inwendige vervuiling en vocht;
  • Dubbel geïsoleerd machinehuis;
  • Voldoende isolatieweerstand in Ohm (> 2 Mohm);
  • Twee-aderige voedingskabel;
  • Steker en voedingskabel onbeschadigd;
  • Trekontlastinrichting aanwezig;
  • Sticker gehoorbescherming aanwezig;
  • Beschermkap in goede staat en bij voorkeur de handgreep aanwezig.

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

NEN 3140 keuringen aan arbeidsmiddelen beschouwd

De metingen NEN 3140 metingen voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen
In dit deel worden de metingen voor het NEN 3140 keuren van arbeidsmiddelen afzonderlijk uitgelegd. Voordat de elektrische metingen worden uitgevoerd moet eerst een visuele controle van het testobject plaatsvinden. Voor een uitgebreide cursus voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen vewrijzen wij naar de website van Ingenium Bedrijfsadvies. Klik hier voor de link naar de cursus.

Proeven zonder netspanning
Bij een aantal metingen wordt het te keuren arbeidsmiddel niet aangesloten op de netspanning.

Weerstand beschermingsleiding (Rpe of Rsl)
Met deze metig wordt gemeten of de verbinding tussen de aardpen in de netstekker van het te keuren arbeidsmiddel en de aanraakbare uitwendige geleidende delen van de behuizing van het arbeidsmiddel voldoen en de weerstand voldoende laag is. Er wordt een hoge teststroom tussen de aardpen van de netstekker en de aansluitklem voor de beschermingsleidingtest geleid.

Met een teststroom van minimaal 200 mA wordt de verbinding gecontroleerd of de weerstandswaarde voldoende laag is. Ook kan een teststroom van 10A of 25A worden geselecteerd. Dit is afhankelijk van de specificaties van het meetapparaat. De test moet van beperkte duur zijn om beschadiging door over­verhitting te voorkomen.

Isolatieweerstand
WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze test wordt een testspanning toegepast van 500 V / 250 V!

Met deze meting wordt bepaald of er voldoende isolatie tussen de pennen voor de netvoeding en de aarde (uitwendige geleidende delen) is. Tijdens de isolatieweerstandsmeting wordt er een gelijkstroom­spanning van 500 V tussen de aardpen en zowel de fase- als de aardepennen van de netstekker van het apparaat geleid. Het testapparaat geeft de gemeten weerstand aan en stelt de gebruiker in staat te beoordelen of de isolatie voldoende is. Bij apparatuur van klasse 2 dient het meetsnoer te worden gebruikt als referentie. Let op dat u het arbeidsmiddel tijdens de meting inschakelt.

Bij gevoelige apparatuur en apparatuur met overspanningsbeveiliging wordt met een testspanning van 250 VDC geadviseerd. Lees voor de instelling hiervan de handleiding van de betreffende NEN 3140 tester.

Vervangende lekstroomtest
Bij de vervangende lekstroom meting wordt een effectieve nominale spanning van ongeveer 40 VAC naar het apparaat geleid tussen de aardpen en zowel de fasepennen als de nulpennen van de netstekker. Bij apparatuur van klasse 2 dient het testsnoer te worden gebruikt.

Het testapparaat meet de stroom en berekend met het resultaat de lekstroom die zich zou voordoen als de testspanning de nominale netspanning was geweest.  Let op dat u het arbeidsmiddel tijdens de meting inschakelt.

N.B.: de waarden bij de vervangende lekstroomtest kunnen aanzienlijk van die bij gebruikelijke aardlekproeven verschillen. Dit is het gevolg van de manier waarop de tests wordt uitgevoerd (deze zullen bijvoorbeeld worden beïnvloed door de aanwezig­heid van ontstoringscondensatoren).

Deze meting kan nuttig blijken in situaties waarin de gebruikelijke isolatie- of hoogspan­ningstests geen aanvaardbare methoden zijn om de isolatie van een apparaat te testen.

IEC-kabel test /Doorgangstest
WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze test wordt een testspanning toegepast van 40 V op de kabel!

Deze meting is eigenlijk een functionele controle van een haspel of verlengsnoer en controleert de elektrische veiligheid van IEC-kabels voor 230 V. Bij de IEC-test wordt een doorgangscontrole op de fase- en nulgeleiders uitgevoerd. Hiermee wordt vastgesteld of er geen breuken in deze geleiders zijn.

Metingen met netspanning
De volgende metingen met netspanning verschillen van de vorige tests in de zin dat er netspanning op het apparaat wordt gezet voor het uitvoeren van hun functies. Voor de NEn 3140 keurmeester zijn deze metingen als risicovol te beschouwen.

WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Bij deze proeven wordt er netspanning op het apparaat gezet!

WAARSCHUWING VOOR GEVAAR: Controleer of een apparaat met bewegende onderdelen (bijv. een elektrische boor) veilig is gemonteerd zodat beweging mogelijk is zonder dat beschadiging van apparatuur of letsel bij personen het gevolg is!

Het testapparaat voert eerst een meting met laagspanning uit om te kunnen vaststellen of het apparaat veilig onder spanning kan worden gezet. Als de door de meter vermoede stroom te hoog is, verschijnt er een melding om de gebruiker de keuze te bieden door te gaan of te stoppen.

Lekstroom meting
De reele lekstroommeting geeft de lekstroom aan als het verschil tussen de stromen in de fase- en nulgeleiders. Dit verschil is de totale bij het apparaat weggelekte stroom en is door­gaans gelijk aan de stroomloop door de beschermingsleiding van het apparaat. Het resultaat wordt in milliampères (mA) weergegeven.

Met deze verschilstroom methode kan de lekstroom worden vastgesteld en kan de volledige lekstroom van een testobject ter plaatse worden aangegeven. Als het test-object dus een extra aardpunt (bijvoorbeeld een waterleiding) heeft, zal het test-apparaat de volledige en werkelijke lekstroom van het apparaat laten zien. Dit staat ook onder de naam differentiaallekstroom of verschillekstroom.

Aanraak lekstroom meting
De aanraak lekstroom meting geeft de lekstroom aan die van de behuizing naar de tester loopt via het testsnoer. Deze test is alleen correct bij een klasse II apparaat.

Gebruik deze meting als de lekstroommeting bij de standaard lekstroomtest een te hoge waarde aangeeft. Dit kan worden veroorzaakt door netfilters of een capacitieve werking in het apparaat. Het resultaat wordt in milliampères (mA) weergegeven.

LET OP: Deze test is alleen geschikt voor klasse II apparaten.

Functionele test
De functionele test voedt het testobject dat op een 230 V teststekkerdoos is aangesloten met de nominale spanning. Het testapparaat meet het door het apparaat verbruikte vermogen en geeft de afgele­zen waarde in kVA weer. Bij de vermogensproeven is de in te stellen testduur onbeperkt. Als het apparaat van stroom wordt voorzien, wordt het steeds van stroom voorzien, zolang de opdracht niet wordt afgebroken. Hierdoor zullen apparaten met trage aan­loopsnelheden de tijd krijgen de belasting naar hun bedrijfstoestand gelijkmatig te laten toenemen.

Bron: Nieaf-Smitt

Leave a comment

Filed under Elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140

Keuringssysteem arbeidsmiddelen

Inleiding
In de hoofdstukken 2 en 3 hebben wij achtereenvolgens een beeld geschetst van de onderwerpen waarmee de keurmeester arbeidsmiddelen rekening dient te houden en de normen welke in aanmerking komen om de veiligheidskeuringen te borgen.

In dit hoofdstuk tracht Ingenium Bedrijfsadvies B.V. een beeld te schetsen op welke wijze een keuringssysteem opgezet kan worden in de vorm van een keuringshandboek.

Borging d.m.v. een handboek

Gestart kan worden met het uitvoeren van een zogenaamde nulmeting om de huidige stand van zaken vast te leggen en om als basis te dienen voor het op te stellen keuringssysteem.

De checklijst bevat per onderdeel de doelstellingen, de minimiumeisen welke geborgd moeten worden en de documenten welke het resultaat van het betreffende onderdeel zijn.

Op basis van de resultaten van de nulmeting kunnen procedures worden opgesteld.

Een procedure is te zien als een vastlegging van de werkwijze. De minimaal vast te leggen keuringsprocedures zijn:

  • Voorbereiden van veiligheidskeuringen;
  • Uitvoeren van de veiligheidskeuringen;
  • Registreren, rapporteren en het archiveren van de veiligheidskeuringen;
  • Beheer van wetgeving, normen en voorschriften;
  • Beheer van meetinstrumenten;
  • opleiding en training van keurmeester(s) (elektrische) arbeidsmiddelen.

Het vastleggen van keuringsprocedures kan in tekstuele vorm plaatsvinden. In dit geval wordt in een beschrijvende tekst de werkwijze vastgelegd. Nadeel is dat dit veelal leidt tot grote hoeveelheden tekst.

Het vastleggen van keuringsprocedures in de vorm van flowcharts brengt als voordeel dat ze eenvoudig te lezen zijn en dat voorkomen wordt dat een log systeem (dik handboek) ontstaat.

Certificering van het systeem
In nagenoeg alle gevallen zal het keuringssysteem deel uit maken van een ISO 9001-, OHSAS 18001- of VCA-systeem. De keuringsprocedures kunnen dan worden opgenomen in het betreffende handboek. Als onderdeel van de certificering worden deze procedures geaudit. Enerzijds of de procedures aan de normen voldoen, anderzijds of de procedures ook worden nageleefd in de praktijk.

Leave a comment

Filed under Keuringssysteem en administratie

Borgen van keuringen aan arbeidsmiddelen

Inleiding

In het voorgaande hoofdstuk heeft Ingenium Bedrijfsadvies B.V. getracht een beeld te schetsen van de met name praktische onderwerpen waar de keurmeester arbeidsmiddelen rekening mee moet houden als hij wil starten met het uitvoeren van veiligheidskeuringen. Deze onderwerpen, inclusief het daadwerkelijke keuren, dient te worden geborgd in de vorm van een managementsysteem. In de hiernavolgende paragrafen beschrijf ik achtereenvolgens welke onderwerpen geborgd dienen te worden (par. 3.2), en welke managementsystemen t.b.v. borging in aanmerking komen (par. 3.3) en een conclusie van een maatwerk managementsysteem voor het uitvoeren van de veiligheidskeuringen (par. 3.4).

Eisen managementsysteem

Een managementsysteem is te omschrijven als: de organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, proce­dures, processen en voorzieningen voor het ten uitvoer brengen van de veiligheidskeuringen.

Het doel van het managementsysteem voor het borgen van de veiligheidkeuringen is ervoor zorgdragen dat:

  • de veiligheidskeuringen telkens op dezelfde manier plaatsvinden volgens de vooraf vastgelegde kwaliteitscriteria;
  • de continuïteit van de veiligheidskeuringen is gewaarborgd.

Een managementsysteem voor het borgen van veiligheidskeuringen dient tenminste de volgende elementen te bevatten:

1.      Kwaliteitsbeleid;

2.      Vastlegging van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden;

3.      Procedure t.b.v. het voorbereiden van veiligheidskeuringen;

4.      Procedure t.b.v. het uitvoeren van de veiligheidskeuringen;

5.      Procedure t.b.v. het registreren, rapporteren en het archiveren van de veiligheidskeuringen;

6.      Procedure t.b.v. het beheer van wetgeving, normen en voorschriften;

7.      Procedure t.b.v. het beheren van meetinstrumenten;

8.      Procedure t.b.v. opleiding en training van keurmeester(s) (elektrische) arbeidsmiddelen.

In de volgende paragrafen wordt een invulling gegeven van de hiervoor genoemde elementen.

Kwaliteitsbeleid

De basis van elk managementsysteem is een beleidsverklaring. Hierin dient de doelstelling van het managementsysteem t.b.v. veiligheidskeuringen aan arbeidsmiddelen te worden vastgelegd. Belangrijk is dat de directie van de organisatie onderschrijft dat de veiligheid van arbeidsmiddelen op een hoog niveau komt, dan wel blijft. Dit beleid dient door de directie uitgedragen te worden naar de gehele organisatie.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

In het managementsysteem dient naast de eindverantwoordelijke manager te worden vastgelegd welke medewerkers aangewezen zijn als keurmeesters. In het geval er meerdere keurmeesters actief zijn is het van belang dat 1 keurmeester als hoofdkeurmeester eindverantwoordelijk is.

Belangrijk hierbij is dat de keurmeesters zo mogelijk onafhankelijk zijn van de uitvoerende taken. Daarmee wordt bedoeld dat de keurmeester geen baten –of nadelen- ondervindt van goedkeuring dan wel afkeuring van de arbeidsmiddelen. Het keuren van arbeidsmiddelen dient steeds onafhankelijk van andere taken te worden uitge­voerd.

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden kunnen in de vorm van een functieomschrijving worden opgesteld. Ook is het mogelijk om taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de vorm van een matrix weer te geven.

Onder andere de volgende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden dienen te worden vastgelegd:

  • Wie schrijft afdelingen aan om arbeidsmiddelen voor keuring aan te bieden;
  • Wie beslist over het bepalen van keuringsfrequenties;
  • Wie is bevoegd om de resultaten van de keuringen te beoordelen en te interpreteren;
  • Wie is bevoegd om tekortkomingen ten opzichte van de geldende veiligheidseisen, wet- en regelgeving vast te stellen;
  • Wie is bevoegd om over de resultaten van de keuringen met de afdelingen contact op te nemen;
  • Welke medewerkers zijn bevoegd om afgekeurde arbeidsmiddelen te laten repareren dan wel te laten vernietigen.

In de functieomschrijving dient eveneens te worden vastgelegd welke medewerker(s) bevoegd zijn om de resultaten van visuele inspecties, metingen en beproevingen te beoordelen, te accepteren en arbeidsmiddelen vrij te geven. De plaats van de medewerkers welke met het keuren belast zijn dienen eveneens in het organisatieschema te worden opgenomen.

Voorbereiden van veiligheidskeuringen

In het managementsysteem dient een procedure te worden opgenomen waarin de veiligheidskeuringen worden voorbereid. Hierin dient onder andere te worden vastgelegd:

  • De identificatie en/of nummering van de arbeidsmiddelen;
  • Hoe om te gaan met nieuwe arbeidsmiddelen;
  • Het overzicht van aanwezige arbeidsmiddelen;
  • Het plannen van de keuringen;
  • Het bepalen welke normen voor de betreffende arbeidsmiddelen van toepassing zijn;
  • Het bepalen hoe om te gaan met arbeidsmiddelen waarvoor geen normen beschikbaar zijn;
  • Het bepalen welke meetapparatuur benodigd is t.b.v. de keuringen;
  • Het maken van afspraken betreffende het tijdig en schoon aanleveren van de arbeidsmiddelen;
  • Het bepalen van de keuringslocatie.

Uitvoeren van veiligheidskeuringen

In een procedure dient te worden vastgelegd op welke wijze de veiligheidskeuringen worden uitgevoerd. Keuringen worden uitgevoerd aan de hand van een checklijst. In de procedure dient te zijn opgenomen welke checklijsten voor bepaalde typen arbeidsmiddelen worden ingezet.

De keurmeester voert de veiligheidskeuring uit. Afhankelijk van de keuze van de keurmeester wordt eerst een grove visuele voorinspectie uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat veel tijd wordt besteed aan een keuring, waarvan op voorhand al visueel is vast te stellen dat het arbeidsmiddel afgekeurd dient te worden.

In de procedure dient eveneens te worden vastgelegd dat de keuringsresultaten schriftelijk worden vastgelegd. De keurmeester dient elke afwijking ten opzichte van de geldende veilig­heidseisen, normen en voorschriften schriftelijk vast te leggen en direct aan de beheerder te rapporteren.

De keurmeester dient op basis van de vastgestelde afwijkingen ten opzichte van de geldende eisen, steeds over de frequentie van de keuringen te oordelen en dit schriftelijk aan de gebruiker te adviseren of overeen te komen.

Registreren, rapporteren en archiveren van veiligheidskeuringen

In een procedure dient te worden vastgelegd door wie en op welke wijze gerapporteerd wordt over de status van de gekeurde arbeidsmiddelen.

Als onderdeel van deze procedure dient te worden vastgelegd op welke wijze de resultaten van de keuringen, waaronder meet- en beproevingsresultaten, rapporten en vastgestelde afwijkingen, worden verzameld en op traceerbare wijze worden opgeborgen. Eveneens is de wettelijk geldende bewaartermijn voor deze docu­menten meegenomen in de procedure. Van de uitgevoerde keuringen dient van elk arbeidsmiddel een registratie te worden bijgehouden. Uit deze registratie dient te blijken wanneer deze hebben plaats gevonden en welke visuele controles, metingen en beproevingen zijn uitgevoerd, welke defecten zijn geconstateerd en of al dan niet aan de gestelde eisen wordt voldaan.

Ook adviseren wij dat in de procedure wordt opgenomen hoe omgegaan wordt met levensgevaarlijke situaties. Een voorbeeld hiervan is dat als beveiligingen worden overbrugd of buiten werking zijn gesteld door gebruikers. Deze overbruggingen worden vanzelfsprekend opgeheven, maar de gebruikers –dan wel de leidinggeven- adviseren wij hiervan op de hoogte te stellen.

Beheer van wetgeving, normen en voorschriften

Belangrijk is een procedure waarin is vastgelegd op welke wijze de keurmeester er voor zorgt dat deze beschikt over de op de verschillende arbeidsmiddelen van toepassing zijn de wetgeving, normen en voorschriften. Hier dient eveneens een overzicht van aanwezig te zijn. Ook dient in de procedure te zijn opgenomen op welke wijze de keurmeester op de hoogte blijft van de actuele stand van de wet- en regelgeving. Een overzicht van relevante wetgeving, normen en voorschriften is handig om voorhanden te hebben.

Beheer van meetinstrumenten

De veiligheid wordt, in het geval het elektrische arbeidsmiddelen betreft, mede bepaald door de resultaten van een meting. Er dient een procedure aanwezig te zijn, waarin de kalibratiefrequentie is vastgelegd en het daadwerkelijke kalibreren van deze meetinstrumenten is geregeld. Na kalibratie dient de kalibratiestatus op het meetmiddel te zijn aangegeven.

Opleiding en training

Voor de functie van keurmeester dient te worden vastgelegd, welke opleidingen, vakkun­digheden en/of ervarin­gen nodig zijn voor het uitvoeren van de keuringen. Vakkundigheid kan worden aangetoond door middel van goede resultaten van een keurmeestertrainingen  waarin de kennis van machineveiligheid, de NEN 3140 zowel theoretisch als praktisch zijn getoetst.

De procedure dient eveneens de mogelijkheid te bieden om de benodigde vakkundigheden en ervaringen op peil te houden.

Voor het uitvoeren van Toezicht op elektrische arbeidsmiddelen is tenminste niveau van “Voldoende onderricht persoon” in het kader van de NEN 3140 vereist.

Beschikbare managementsystemen

Voor het borgen van het uitvoeren van veiligheidskeuringen komen verschillende normen in aanmerking. Alle genoemde normen bieden de mogelijkheden om te worden gecertificeerd door een certificerende instantie.

Mogelijke normen zijn (limitatief):

  • ISO 9001 (2000);
  • OHSAS 18001 (2007);
  • VGM Checklijst Aannemers VCA (2004/04);
  • Criteria voor Toezicht (1999).

In de hiernavolgende subparagrafen beschrijf ik in bijzonder verkorte vorm de normen welke aanknopingspunten bieden om de veiligheidskeuringen te kunnen borgen en/of certificeren.

ISO 9001

De Nederlandse norm NEN-EN ISO 9001 is de internationale norm op basis waarvan kwaliteitsmanagementsystemen kunnen worden gecertificeerd. Vaak wordt deze norm toegepast om alle (primaire en secundaire) processen van een organisatie te certificeren. Theoretisch is het mogelijk om de scope (lees: reikwijdte) van het managementsysteem te beperken tot sec. het uitvoeren van de veiligheidskeuringen. Ook is het natuurlijk mogelijk als een organisatie reeds gecertificeerd is, de keuringsprocedures op te nemen in het bestaande ISO 9001 kwaliteitsmanagementsysteem.

OHSAS 18001

OHSAS 18001 is een in Engeland ontwikkelde norm in samenwerking met diverse normalisatie instellingen uit Europa en Australië. OHSAS staat voor Occupational Health and Safety Assessment Series. OHSAS 18001 is geen internationale norm zoals de ISO-normen, maar is in veel landen geaccepteerd als certificeerbare norm voor arbomanagementsystemen. OHSAS 18001 bevat eisen voor een arbomanagementsysteem waarmee de organisatie de arborisico’s die verband houden met de activiteiten van de organisatie kan beheersen en de prestatie van het systeem kan verbeteren. De OHSAS richtlijn heeft in eerste plaats betrekking op arbeidsomstandigheden en niet op de veiligheid van producten en diensten.

Doorgaans wordt het gehele arbozorgsysteem van een organisatie gecertificeerd. Het keuren van arbeidsmiddelen maakt daar deel van uit.

VGM Checklist Aannemers (VCA)

VCA staat voor VGM Checklist Aannemers. VGM staat voor veiligheid, gezondheid en milieu. De VCA is ontwikkeld door opdrachtgevers en aannemers uit de (petro-) chemie en wordt inmiddels ver daarbuiten toegepast.

VCA is niets meer of minder dan een checklist om een veilige en gezonde werkomgeving te bevorderen en het milieu te sparen. De VCA is geen norm zoals ISO 9001. Bedrijven die zijn gecertificeerd volgens VCA voldoen in de praktijk aan belangrijke Arbowet- en regelgeving. Bijvoorbeeld: het hebben van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), aan kunnen tonen dat medewerkers worden geïnstrueerd, aantoonbaar toezien op veilig werken, keuren van materieel. Het keuren van Arbeidsmiddelen is concreet opgenomen in de VCA checklist.
 

Criteria voor Toezicht

De Criteria voor Toezicht is een door de Arbeidsinspectie en UNETO (deelnemersorganisatie voor de installatiebranche en technische detailhandel) opgezette norm voor organisaties die elektrische installaties keuren. De norm is door Arbeidsinspectie en UNETO omschreven als: “Criteria, die door de Arbeidsinspectie zijn geaccepteerd als voorwaarden bij het uitvoeren van toezicht op de veiligheid tijdens het gebruik van laagspanningsinstallaties”. De norm is te zien als een aspect kwaliteitszorgsysteem. Dat wil zeggen dat alleen die aspecten uit de ISO 9001-norm zijn genomen die bijdragen tot het borgen van de keuringen aan elektrische installaties bij derden. De norm is dus specifiek ontwikkeld voor externe keuringsinstanties. Een volgens de Criteria voor Toezicht gecertificeerde organisatie ontvangt het Certificaat van toezicht.

Resumé managementsysteem t.b.v het borgen van veiligheidskeuringen

In paragraaf 3.2. heb ik de eisen aan een managementsysteem voor het uitvoeren van veiligheidskeuringen vastgelegd. Daarna heb ik in paragraaf 3.3 een globale omschrijving van de naar mijn mening beschikbare normen opgenomen. In de hiernavolgende paragraaf vindt u een samenvatting van de mate waarin de besproken normen toepasbaar zijn om veiligheidskeuringen te borgen.

Toepassing ISO 9001 als borging voor veiligheidskeuringen

Het blijkt dat de ISO 9001 uitermate geschikt om de veiligheidskeuringen te kunnen borgen en te kunnen certificeren. De scope (reikwijdte) van het systeem is af te stemmen op het onderdeel veiligheidskeuringen. Toch zal een ISO 9001-systeem niet vaak hier alléén voor ingezet worden. Voor bedrijven welke ISO 9001 gecertificeerd zijn is het eenvoudig om de procedures op te nemen in het managementsysteem.

Toepassing OHSAS 18001 als borging voor veiligheidskeuringen

Het blijkt dat het toepassen van OHSAS 18001 als borgingsnorm mogelijk is. Het is echter niet mogelijk om alléén het keuringsproces te certificeren, vanwege het feit dat een organisatie arbeidsomstandigheden in de breedste zin van het woord dient te borgen om aan OHSAS 18001 te voldoen. Voor bedrijven die OHSAS 18001 gecertificeerd zijn, is het eenvoudig om de keuringsprocedures te integreren in het managementsysteem.

Toepassing  VCA als borging voor veiligheidskeuringen

Als norm om alléén het keuren te borgen valt VCA af. Hiervoor geldt hetzelfde als bij OHSAS 18001. VCA borgt veiligheid, gezondheid en milieu in de breedste zin van het woord. Ook hier geldt dat voor bedrijven die VCA gecertificeerd zijn, dat het eenvoudig om de keuringsprocedures te integreren in het VCA-systeem.

Toepassing Criteria voor Toezicht als borging voor veiligheidskeuringen

Het blijkt dat de Criteria voor Toezicht het meest aansluiten bij het keuren van arbeidsmiddelen voor de eigen organisatie. Toch valt de norm af om het keuren te certificeren.

Resumé managementsystemen

De conclusie is dat als een organisatie sec. het keuringsproces wil borgen en certificeren, de ISO

9001 norm het beste hulpmiddel is. Als een organisatie reeds beschikt over een gecertificeerd OHSAS 18001 dan wel VCA-systeem, dan zijn de keuringsprocedures eenvoudig te borgen door deze in het OHSAS 18001- dan wel VCA- systeem te integreren.

De Criteria voor Toezicht, welke het beste aansluit bij de eisen van het managementsysteem (par. 3.2), kunnen als “norm” dienen waaraan de procedures t.b.v. het keuren dienen te voldoen.

Leave a comment

Filed under Keuringssysteem en administratie

Keuren van arbeidsmiddelen algemeen

Inleiding

Onder arbeidsmiddelen worden volstaan: ‘alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties’. Arbeidsmiddelen hebben als doel om het werk lichter en gemakkelijker te maken. Veiligheidskeuringen aan arbeidsmiddelen welke door slijtage achteruitgaan, verlagen het risico voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers die ermee werken. Ook periodiek onderhoud heeft een risicoverlagend karakter.

Het Arbobesluit stelt dat de werkgever verplicht is om de nodige maatregelen te treffen met betrekking tot arbeidsmiddelen dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemer tijdens het gebruik geen gevaar lopen. Dit valt onder de zorgplicht van de werkgever. In de hiernavolgende paragraaf wordt de wettelijke context van de veiligheidskeringen aan arbeidsmiddelen verder toegelicht.

Wettelijke context van veiligheidskeuringen

Bij het gebruik van arbeidsmiddelen kunnen gevaren ontstaan voor de gebruikers én voor de omgeving. Door het gebruik van de arbeidsmiddelen gaat de kwaliteit ervan achteruit. Dit als gevolg van slijtage, beschadiging en veroudering. Een ongeval kan een mogelijk gevolg zijn. Om die reden is er wetgeving gericht op het waarborgen van de veilige staat van arbeidsmiddelen gedurende de hele gebruiksduur.

Arbobesluit: doelvoorschriften

De Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen, die eisen stelt aan het gebruik en onderhoud van arbeidsmiddelen op de werkplek, is in Nederland vervat in het Arbobesluit hoofdstuk 7 (Veiligheid van arbeidsmiddelen en specifieke risico’s). Het Arbobesluit valt onder de Arbeidsomstandighedenwet. De hierin opgenomen eisen gelden zowel voor nieuwe als reeds in gebruik zijnde arbeidsmiddelen.

Een onderdeel van de wettelijke eisen is het regelmatig inspecteren of keuren (beoordelen) van arbeidsmiddelen. Het Arbobesluit, artikel 7.4a, eist dat arbeidsmiddelen periodiek worden gekeurd. Deze keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling.

Keuringseisen risicovol materieel

Voor risicovol materieel, zoals bepaalde typen hijskranen, liften en bepaalde apparatuur onder druk, zijn de keuringseisen gedetailleerd in wetten en normen vastgelegd. Ook voor elektrische arbeidsmiddelen en hijsgereedschappen gelden aanvullende voorschriften. Voor deze arbeidsmiddelen worden eisen gesteld aan de keurmeester en de organisatie die de keuringen uitvoert.

Risico-inventarisatie

In beginsel zijn alle eisen die aan arbeidsmiddelen worden gesteld, gebaseerd op artikel 7.3 van het Arbobesluit, ‘Geschiktheid arbeidsmiddelen’. Dit artikel verplicht de werkgever arbeidsmiddelen pas te laten gebruiken na een risico-inventarisatie en -evaluatie van de arbeidsomstandigheden inzake het veilige gebruik van het middel, met inachtneming van de gevaren die de werkplek zelf met zich meebrengt. Bovendien wordt verwezen naar de NEN-EN ISO 12100-1 norm (Veiligheid van machines: Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen) die bij die risico-inventarisatie en -evaluatie kan worden gehanteerd.

Europese productrichtlijnen, de Machinerichtlijn en CE-markering

De Europese productrichtlijnen waarin productveiligheidseisen zijn vastgelegd zijn in Nederland geïmplementeerd in de Warenwet. Eén van deze productrichtlijnen is de Machinerichtlijn. Machines die hieraan voldoen, zijn door de fabrikant voorzien van een CE-markering en gaan vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming. Ook voor CE-gemarkeerde machines is een controle nodig. De fabrikant is er verantwoordelijk voor dat het arbeidsmiddel bij het in de markt brengen aan de Machinerichtlijn (of andere van toepassing zijnde richtlijnen) voldoet. De werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens de gebruiksfase. Overigens blijft de fabrikant ook verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel volgens het principe van de omgekeerde bewijslast. Deze dient aan te tonen dat het arbeidsmiddel aan de Machinerichtlijn (of andere van toepassing zijnde richtlijnen) voldoet. Bij modificaties door de gebruiker dient zijn werkgever te beoordelen of nog aan de Machinerichtlijn wordt voldaan dan wel wederom hieraan moet gaan voldoen.

Regels en verantwoordelijkheden m.b.t. keuringen

De werkgever is verantwoordelijk voor de technische staat en de veiligheid van het arbeidsmiddel en bepaalt of het arbeidsmiddel geschikt is voor het beoogde doel van de werkzaamheden. Indien het gehuurde arbeidsmiddelen betreft is de huurder of de inlener vanuit de zorgplicht verantwoordelijk voor de technische staat. De verhuurder is verantwoordelijk het leveren van een arbeidsmiddel wat voldoet aan de wettelijke eisen. Op basis van de Arbowet is een keurmeester of externe keuringsinstantie niet verantwoordelijk voor de veiligheid van arbeidsmiddelen, deze verantwoordlelijkheid ligt bij de werkgever. Het uitbesteden van keuringen legt dus geen verantwoordelijkheid bij de (externe) keurmeester. Dit geldt voor het eigen materieel, maar ook voor ingehuurd of ingeleend materieel.

Deskundigheid en positie van de keurmeester

Wie zijn bevoegd om keuringen uit te voeren? In het Arbobesluit artikel 7.4.a lid 5 is opgenomen dat keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. Daarnaast zijn door de wetgever zogenaamde keuringsklassen vastgesteld waarin is bepaald welke arbeidsmiddelen door (of namens) de werkgever mogen worden uitgevoerd en welke arbeidsmiddelen door een (gecertificeerde) externe keuringsinstantie moeten worden uitgevoerd. Het betreft de volgende keuringsklassen:

Klasse 0.
De keuringen worden verricht door personen die daartoe voorlichting en onderricht hebben gehad. Arbeidsmiddelen met geringe risico’s zijn ingedeeld in klasse 0, hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een schaftwagen, bouwkeet, etc. 

Klasse 1.
De keuringen worden verricht door deskundige personen die door de werkgever zijn aangewezen en daartoe speciaal zijn opgeleid. Het overgrote deel van de gebruikte arbeidsmiddelen valt in deze klasse. Voorbeelden hiervan zijn de boormachines, cirkelzagen, ladders, motorkettingzagen, trappen, etc. 

Klasse 2.
De keuringen worden verricht door speciaal daartoe opgeleid personeel, dat een onafhankelijke positie bekleedt ten opzichte van degenen die bij de keuringsuitkomsten belang hebben. De keurmeester heeft dus geen belang bij de uitkomst van de inspectie. Een afkeuring mag geen gevolgen hebben voor het dagelijkse werk van de keurmeester. Voorbeelden van klasse 2 arbeidsmiddelen zijn: bouwlift, heftruck, bovenloopkranen, magazijnstellingen en stalen opslagsystemen, etc. 

Klasse 3.
Aan de keuringsinstantie worden naast de eisen uit klasse 2 ook eisen gesteld aan de onafhankelijkheid en deskundigheid van de beoordelingsorganisatie binnen een bedrijf. Het bedrijf dient een kwaliteitssysteemcertificaat te hebben (EN 45012 / ISO 9000) of een specifieke accreditatie als inspectie-instelling (EN 45004). Het is mogelijk dat een onafhankelijke materieeldienst aan deze voorwaarden voldoet. Voorbeelden van klasse 3 arbeidsmiddelen 3 zijn torenkranen, mobiele kranen, heistellingen, etc. 

Klasse 4.
De keuringen worden verricht door onafhankelijke en deskundige keuringsinstanties, die door de Raad van Accreditatie zijn geaccrediteerd. De overheid schrijft de specifieke keuringen voor en wijst de keuringsinstanties aan (EN 45011). Het technische gedeelte van de keuringen mag door de keuringsinstantie per contract worden uitbesteed aan instellingen waarvan de deskundigheid en de onafhankelijkheid middels accreditatie of anderszins zijn gewaarborgd. De eindverantwoordelijkheid voor keuringsresultaten blijft echter bij de aangewezen keuringsinstantie. Voorbeeld van een arbeidsmiddel in deze klasse is de personen-/goederenlift.

Klasse 5.
Hierbij geldt het zelfde als bij klasse 4, de keuringen mogen door de onafhankelijke keuringsinstantie echter niet aan anderen worden uitbesteed. Deze klasse is in de algemene industrie en bouw niet relevant.

Klasse 6.
Hierbij geldt het zelfde als bij klasse 5, met extra overheidstoezicht of uitvoering door de overheid zelf. Deze klasse wordt momenteel niet gebruikt.

Alleen arbeidsmiddelen uit de klassen 0 – 2 mogen door of namens de werkgever zelf worden gekeurd. Arbeidsmiddelen in de klasse 3 betreffen een overgangsklasse en hoger mogen in het algemeen niet door de werkgever zelf worden gekeurd.

Voor de keuringsklassen 0 – 2 dient “deskundigheid” te worden aangetoond. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een certificaat van deelname aan een cursus keurmeester (elektrische) arbeidsmiddelen worden aangetoond. Ook wordt een meerjarige ervaring geaccepteerd als “deskundigheid”. Indien de keurmeester ook elektrische arbeidsmiddelen keurt is het belangrijk dat deze middels een aanwijzingsformulier minimaal wordt aangewezen als Voldoende onderricht persoon keurmeester elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140 (VOP). Ook kan de bevoegdheid tot keuren worden opgenomen in een functieomschrijving. De keurmeester mag geen belang hebben bij het resultaat van zijn keuring. Degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van werkzaamheden (productieverantwoordelijke) mag de uitslag van de beoordeling niet kunnen beïnvloeden.

Verantwoordelijkheid voor het managementsysteem

Het is belangrijk dat één persoon verantwoordelijk wordt gesteld voor het managementsysteem met betrekking tot het uitvoeren van de keuringen. Dit kan een KAM-manager, Arbo-coördinator, preventiemedewerker, hoofd materieelbeheer of de keurmeester zelf zijn. Deze verantwoordelijkheid en de bijbehorende taken en bevoegdheden dienen vastgelegd te zijn in een functieomschrijving.

Opzetten keuringen

InleidingAls de keurmeester is opgeleid en aangewezen dan zal men op enig moment starten met het keuren. Als startpunt kan de keurmeester beginnen met een overzichtslijst waarin alle aanwezige arbeidsmiddelen worden vastgelegd. Een handig hulpmiddel kan zijn een tabel waarin per arbeidsmiddel de volgende kenmerken worden vastgelegd:

  • Soort arbeidsmiddel;
  • Merk;
  • Type;
  • Serienummer.

Belangrijk is om een keuze te maken welke arbeidsmiddelen wel en welke arbeidsmiddelen niet zelf gekeurd worden.

Voorbeelden van arbeidsmiddelen welke door de keurmeester gekeurd kunnen worden zijn:

  • Arbeidsmiddelen klasse 0 t/m 2;
  • Alle gangbare 230V elektrische arbeidsmiddelen zoals: boormachine, slijpmachine, looplamp;
  • Alle gangbare 400V machines zoals: draaibank, freesbank, cirkelzaag, etc;
  • Alle gangbare motorische materieel zoals: motorkettingzaag, maaimachine, bosmaaier, etc.

Uitsluitingen welke niet zelf gekeurd mogen worden zijn:

  • Arbeidsmiddelen klasse 3 t/m 6;
  • Hijs- en hefmiddelen boven de 2 ton dan wel 10 tonmeter zoals torenkranen, mobiele kranen, hijstellingen, etc.;
  • Middelen t.b.v. personenvervoer zoals (bouw)liften, personenliften, etc.

Belangrijke stelregel is dat de keurmeester zijn of haar eigen “kracht” kent. Indien een arbeidsmiddel onbekend is, dient de kennis eigen gemaakt te worden of de keuring te worden uitbesteed aan keurmeesters welke over de noodzakelijke kennis en kunde beschikken.

Identificatie van arbeidsmiddelen

Arbeidsmiddelen dienen in het kader van naspeurbaarheid te worden geïdentificeerd om het later te kunnen traceren. Dit is eveneens van belang om een link te vormen tussen het arbeidsmiddel en een checklist welke als bewijs dient dat de keuring plaatsgevonden heeft.

Identificatie van arbeidsmiddelen kan op de volgende wijzen plaatsvinden:

  • Graveren van een nummer;
  • Barcodestickers;
  • RFID-chips (Radio Frequency Identification).

Het graveren is veel gebruikte en “onuitwisbare” methode om een arbeidsmiddel te identificeren. Het voordeel van graveren is dat de leesbaarheid van het identificatienummer bij arbeidsmiddelen die in werkplaatsen en op bouwlocaties worden gebruikt redelijk tot goed gewaarborgd is en blijft. Nadeel vanuit elektrisch oogpunt is dat graveren in elektrisch isolerende delen de isolatiewaarde negatief beïnvloed.

Het toepassen van barcodestickers is in opkomst bij identificatie van arbeidsmiddelen. Bij stationaire apparatuur in kantoren en werkplaatsen is dit een goede methode. In de praktijk laten bij elektrische handgereedschappen barcodestickers vaak los in werkplaats- en bouwplaatsomstandigheden.

De toepassing van RFID-chips is eveneens in opkomst. Een aantal leveranciers van elektrische arbeidsmiddelen voorziet momenteel het materieel al van chips, waarmee de invoering van deze vorm van identificatie wordt vergemakkelijkt.

Samenvattend verdient graveren van arbeidsmiddelen de voorkeur: zowel vanuit praktisch als uit kostentechnisch oogpunt. Graveren in verlengsnoeren en andersoortige kabels is niet toegestaan. Hiervoor zijn speciale kabellabels beschikbaar. Ook kunnen met tie-raps vastgezette aluminium plaatjes worden gebruikt. Hierop is dan eveneens de keuringssticker te bevestigen.

Inkoop van nieuwe arbeidsmiddelen

Moeten nieuwe arbeidsmiddelen gekeurd worden? Bij nieuw ingekochte arbeidsmiddelen spreekt artikel 7.2. van het Arbobesluit over het vermoeden van overeenstemming. Arbeidsmiddelen welke voorzien van een CE-markering worden vermoed te voldoen aan een reeks van artikelen uit het Arbobesluit hoofdstuk 7. Daaruit is te interpreteren dat nieuwe arbeidsmiddelen niet gekeurd hoeven te worden. Vanzelfsprekend dienen nieuwe arbeidsmiddelen van een identificatienummer te worden voorzien en opgenomen te worden in het keuringssysteem.

De praktijk wijst uit dat wettelijk gezien een keuring van de arbeidsmiddelen niet noodzakelijk is, maar dat ook binnen fabrikanten wel eens fouten worden gemaakt en dat een beschermingsleiding van een klasse I arbeidsmiddel (geaarde apparaten) niet aangesloten blijkt te zijn. Keuring kan dan vervelende gevolgen voorkomen en blijkt dan een nuttig hulpmiddel te zijn

Bepalen keuringsfrequentie

Hoe vaak dienen de keuringen plaats te vinden? De VCA Checklijst eist een jaarlijkse keuring. Afwijking hiervan in de negatieve zin, dient gemotiveerd te worden en wordt zelden door auditoren geaccepteerd.

Artikel 7.4.a van het Arbobesluit spreekt van: “een keuring dient zo dikwijls te worden uitgevoerd als voor de goede staat noodzakelijk is”. Binnen de NEN 3140 wordt een rekenmethode gehanteerd waar op basis van o.a. de omgeving waarbinnen het arbeidsmiddel wordt toegepast, de deskundigheid van de gebruiker, frequentie van gebruik, kans op beschadigingen wordt bepaald hoe vaak een arbeidsmiddel gekeurd dient te worden.

Op basis van de VCA-eis, gecombineerd met ervaringen uit verschillende bedrijfstakken wordt geadviseerd om minimaal een jaarlijkse keuringsfrequentie aan te houden. Dit wordt ook wel de veilige ondergrens genoemd. Aanvullend hierop spreekt artikel 7.4.a van het Arbobesluit over dat keuringen naspeurbaar moeten worden uitgevoerd als er reparaties, ongevallen en/of modificaties hebben plaatsgevonden.

Bewijs van uitgevoerde keuring / keuringsstatus

Vanuit het Abobesluit wordt in artikel 7.4.a lid 6 gesproken van het feit dat een bewijs van uitgevoerde keuring op de arbeidsplaats aanwezig dient te zijn. De aanwezigheid van een keuringsrapport van bijvoorbeeld een boormachine op een bouwplaats brengt veel praktische bezwaren met zich mee. Een keuringssticker waarop de uiterste herkeuringsdatum is aangegeven biedt eveneens een schriftelijk bewijs. Een keuringsrapport al dan niet in elektronische vorm kan dan het formele bewijs vormen dat het arbeidsmiddel is gekeurd. Zaak is om keuringsstickers, ook wel vervaldatumstickers genoemd,  op een plaats te plakken waar het zo mogelijk is beschermd tegen “schuren”  en dus het onleesbaar worden van de sticker.

Over de tekst op keuringsstickers bestaan veel onduidelijkheden. Deze dient tenminste de datum van de eerstvolgende keuring te bevatten (VCA 2004/04). De datum van de keuring mag vermeld zijn, maar dit is niet noodzakelijk.

Ook kunnen kleurcodes met tape of verf worden aangebracht. Alle goedgekeurde arbeidsmiddelen worden in een bepaald jaar van bijvoorbeeld de kleur rood voorzien. Het daaropvolgende jaar wordt na keuring een andere kleur gekozen. Het is daarmee, mits voldoende voorlichting plaatsgevonden heeft over de “kleur per jaar”, te allen tijde duidelijk welke arbeidsmiddelen gebruikt mogen worden.

Planning van keuringen

Als de keuringsfrequentie is vastgesteld dan dient er een registratie te worden bijgehouden wanneer de keuringstermijn afloopt. Geadviseerd wordt om ca. 1 maand voor afloop van de keuringstermijn de werknemers aan te schrijven dat er een (her)keuring gepland dient te worden.

Gelet op de staat van de arbeidsmiddelen is het verstandig om afspraken te maken over het zo schoon mogelijk aanleveren van de arbeidsmiddelen. Dit omdat een visuele beoordeling van vervuilde arbeidsmiddelen moeilijk is.

Uitvoeren van keuringen

Het inhoudelijk uitvoeren van de keuringen is aan de orde geweest tijdens de diverse keurmeestertrainingen. De details van de criteria op basis waarvan gekeurd wordt, valt niet binnen deze praktijkhandleiding.

Belangrijk voor het uitvoeren van keuringen is de locatie. De keurmeester dient een locatie in de vorm van een werkplaats of buitenlocatie te vinden waar hij veilig kan keuren zonder dat zijn/haar eigen veiligheid in het geding komt. Gevaar voor aanrijding of andere overlappen met productieprocessen dienen te worden voorkomen. Voor het uitvoeren van keuringen aan elektrisch materieel, dient de keuring te worden uitgevoerd op een houten werktafel of op een isolerende mat. Dit om de kans op elektrocutie te voorkomen. Bij reparatie van arbeidsmiddelen, bijvoorbeeld het vervangen van kabels dient de veiligheid van de keurmeester te worden gewaarborgd. De veiligheidsprocedures en instructies zoals vastgelegd in de NEN 3140: 1998 dienen te worden gehanteerd bij reparatiewerkzaamheden.

De daadwerkelijke keuring wordt uitgevoerd aan de hand van een keuringschecklijst. In de markt en op het internet zijn vele checklijsten beschikbaar. Er zijn CD-roms beschikbaar waarin voor vele arbeidsmiddelen specifieke checklijsten beschikbaar zijn. Dit levert voordelen op omdat de keurmeester het betreffende arbeidsmiddel “herkent”  in de checklijst. Zo zijn er checklijsten beschikbaar, bijvoorbeeld voor: bosmaaiers, motorkettingzagen, loopmaaiers, etc. Nadeel is dat er altijd “uitzonderingen” zijn waarvoor geen specifieke checklijsten beschikbaar zijn.

Een oplossing is om te gaan werken met algemene checklijsten waarmee een categorie arbeidsmiddelen gekeurd kunnen worden. In het geval van de hiervoor genoemde arbeidsmiddelen zou een checklijst voor motorisch materieel kunnen worden toegepast, waarbij enkele keuringspunten voor een specifiek arbeidsmiddel niet van toepassing kunnen zijn. Het toepassen van een algemene keuringschecklijst stelt hogere eisen aan het inlevingsvermogen en aan de kennis van de keurmeester.

Archiveren van de keuringsresultaten

Keuringschecklijsten kunnen vanzelfsprekend op papier maar mogen ook in digitale vorm gearchiveerd worden. In principe hoeven checklijsten uitgaande van een jaarlijkse keuring maar 1 jaar bewaard te worden. Na afloop wordt de keuringslijst vervangen door de nieuwe keuringschecklist.

Aangeraden wordt dat wanneer tijdens de keuring sabotage van beveiligingen worden aangetroffen (b.v. het vastzetten van een dodemansknop d.m.v. een tie-rap) hiervan een opmerking te maken op de checklist. Vanzelfsprekend wordt het arbeidsmiddel pas goedgekeurd nadat de sabotage ongedaan is gemaakt. De gebruiker en naar mijn mening ook de leidinggevende dient van de sabotage op de hoogte te worden gesteld. Voor checklists van dergelijke gesaboteerde arbeidsmiddelen beveel ik aan om deze bijvoorbeeld 3 jaren te archiveren. Dit om voor de keurmeester aantoonbaar te maken dat sabotage is onderkend en dat meerdere malen actie is ondernomen naar de gebruikers.

Meetapparatuur keuringen elektrische arbeidsmiddelen volgens NEN 3140

Om de elektrische veiligheid van arbeidsmiddelen volgens NEN 3140 te keuren dienen ook metingen te worden uitgevoerd. Tijdens deze metingen worden onder andere de isolatieweerstand, de lekstroom en de weerstaand van de beschermingsleiding (indien aanwezig) doorgemeten. Om deze metingen uit te voeren van een vijftal merken op de markt: Nieaf-Smitt, Fluke, Gossen Metrawatt, Megger en Metrel. Deze merken hebben handtesters op de markt gebracht, waar na het uitvoeren van de keuring handmatig een checklijst moet worden ingevuld. Ook beschikken de merken over downloadable apparatentesters, waarin de keuringsresultaten kunnen worden opgeslagen en kunnen worden overgezet naar een computer om te worden gearchiveerd, dan wel te worden geprint.

Als u een NEN 3140 tester wilt aanschaffen dan zijn er een drietal zaken welke u dient te overwegen:

1.Hoeveel arbeidsmiddelen gaat u jaarlijks testen?

  1. Hoe wilt u de testresultaten opslaan, archiveren en beheren?
  2. Gaat u grote hoeveelheden industriële arbeidsmiddelen keuren?

Hoeveel arbeidsmiddelen

Het aantal te keuren arbeidsmiddelen bepaalt of een handmatige tester of een downloadable tester rendabel is.

Handmatige tester

Handmatige testers hebben geen geheugen om testresultaten op te slaan. De testresultaten dient u dus vast te leggen in een testrapport. Handtesters worden aanbevolen als u minder dan ca. 100 arbeidsmiddelen gaat keuren.

Downloadable testers

Downloadable testers beschikken over intern geheugen en kunnen testresultaten opslaan. De testresultaten kunnen gedownload worden naar een softwarepakket om de keuringen te beheren en/of de keuringsrapporten te printen. Deze testers worden aanbevolen als u meer dan ca. 100 objecten gaat testen op jaarbasis. Deze testers worden ook aanbevolen als u aan de slag gaat als externe keurmeester.

Opslaan resultaten

Het bijhouden en beheren van de keuringsresultaten is een wettelijke en een VCA verplichting. Hiermee kunt u aantonen dat u de keuringen hebt uitgevoerd. Houdt u in het achterhoofd dat het schriftelijk bijhouden van 100 keuringsresultaten even lang duurt als het uitvoeren van 100 keuringen…

Beheer en kalibratie van meetapparatuur

Meetapparatuur in de vorm van een apparatentester bepaalt of een arbeidsmiddel elektrisch veilig is. Het is dus belangrijk om te weten of de meetapparatuur betrouwbaar is. Het is niet wettelijk verplicht, maar aangeraden wordt om meetapparatuur jaarlijks te laten kalibreren teneinde te bepalen of de meetwaarden binnen de door de fabrikant vastgestelde toleranties vallen.

Meetapparatuur wordt nieuw geleverd voorzien van een conformiteitsverklaring, waarmee aangegeven wordt dat deze bij aankoop binnen de toleranties valt. Verstandig is om ten behoeve van een tijdige kalibratie een contract hiervoor met de fabrikant af te sluiten. Alle fabrikanten werken met kalibratiekaarten waarmee de keurmeester ca. 1 maand voor afloop van de kalibratietermijn wordt aangeschreven om de kalibratie te laten uitvoeren. Fabrikanten leveren na kalibratie een kalibratiecertificaat, welke moet worden gearchiveerd. Daarnaast wordt door fabrikanten een kalibratiesticker aangebracht waarop de uiterste keuringsdatum wordt aangegeven.

Afgekeurde arbeidsmiddelen

Belangrijk is om voorafgaand aan de keuringen vast te stellen wat er met de afgekeurde en als zodanig onveilige arbeidsmiddelen dient te gebeuren.

Allereerst dient er te worden bepaald of het arbeidsmiddel kan worden gerepareerd. Reparatie kan en mag door een keurmeester uitgevoerd worden als deze voldoende onderricht is en over voldoende technische kennis beschikt om reparatie te kunnen uitvoeren. Is dit niet het geval dan verdient uitbesteding van de reparatie de voorkeur. Na reparatie dient een herkeuring van het arbeidsmiddel plaats te vinden. Vanzelfsprekend moet worden afgewogen of de kosten van reparatie en herkeuring uitkunnen t.o.v. de aanschaf van een nieuw arbeidsmiddel.

Afgekeurde arbeidsmiddelen die niet gerepareerd kunnen worden mogen niet meer ingezet worden. Het verdient de voorkeur om de arbeidsmiddelen middels een rode afkeursticker of label te markeren als zijnde afgekeurd. Ook het achter slot en grendel opbergen is verstandig omdat anders de kans bestaat dat in “noodgevallen” de arbeidsmiddelen toch ingezet gaan worden. Afgekeurde arbeidsmiddelen kunnen worden gebruikt t.b.v. onderdelen of kunnen hierna worden vernietigd.

Het meegeven van afgekeurde arbeidsmiddelen aan medewerkers wordt ten strengste afgeraden.

Leave a comment

Filed under Keuringssysteem en administratie